regels

Spelregels beachvolleybal

Beach: 2 spelers per team, sets tot 21, veld is kleiner. Alle verschillen.

Wat maakt beachvolleybal anders dan zaalvolleybal?

Hoewel de basis van volleybal in het zand en in de zaal hetzelfde lijkt, zorgen de specifieke spelregels van beachvolleybal voor een compleet andere dynamiek. Het draait niet alleen om de ondergrond, maar vooral om de tactische beperkingen die het spel dwingen tot meer controle en uithoudingsvermogen. Waar je in de zaal met zes personen een veld van 9 bij 18 meter bestrijkt, sta je op het strand met slechts twee spelers op een veld van 8 bij 8 meter per kant.

Teamgrootte en veldafmetingen

Het meest zichtbare verschil is het aantal spelers. In de officiële beachvolleybalregels speel je twee-tegen-twee. Er zijn geen wissels toegestaan; als een speler geblesseerd raakt en niet verder kan, is de wedstrijd direct afgelopen. Dit stelt zware eisen aan de conditie, aangezien beide spelers elke actie betrokken zijn bij het spel.

Het veld is met 16 bij 8 meter iets kleiner dan het indoorveld (18 bij 9 meter). Er is geen aanvalslijn (de driemeterlijn). Spelers mogen overal aanvallen, zolang ze maar aan hun eigen kant van het net blijven. De belijning bestaat uit linten die in het zand verankerd liggen. Als een lint beweegt omdat de bal erop landt, is de bal 'in', ook als hij de grond zelf niet raakt.

Strike regels: De strenge techniek in het zand

Bij beachvolleybal zijn de scheidsrechters aanzienlijk strenger op de techniek van het balcontact, met name bij de bovenhandse techniek. Dit zijn de belangrijkste technische restricties:

  • De setup (bovenhands): De bal moet vrijwel direct na contact de handen weer verlaten. Een 'lift' of 'draagbal' wordt sneller afgefloten dan in de zaal. Bovendien mag de bal na een bovenhandse set nauwelijks om zijn as draaien. Dit dwingt veel spelers tot de 'beach-set' met meer contactvlak en minder rotatie.
  • De aanvalsbal (mosh): Je mag de bal niet met de vingertoppen over het net 'tippen' (de bekende zaaltechniek). Een korte bal moet gespeeld worden met de knokkels (poking), een harde slag of een gesloten handpalm.
  • Blokkeren telt als contact: Dit is een cruciaal verschil. In de zaal telt een blokkering niet als een van de drie balcontacten. Op het strand telt het blok wél als het eerste balcontact. Na een blokkering heeft het team dus nog maar twee balcontacten over om de bal over het net te krijgen. Wel mag de blokkeerder de bal direct daarna nog een keer aanraken; dit telt dan als het tweede contact.

Serveren en de invloed van de wind

Serveren in het zand vereist een andere tactiek door de weersomstandigheden. De serveerder heeft de volledige breedte van de achterlijn (8 meter) om te benutten.

Bij het serveren gelden de volgende regels:

  • Er is geen rotatievolgorde voor posities in het veld, maar de serveervolgorde moet wel worden afgewisseld.
  • Net als in de zaal mag de bal de netrand raken bij een service.
  • Het 'schermen' (het zicht van de tegenstander op de serveerder ontnemen) is strikt verboden.

Puntentelling en veldwissel

Beachvolleybal hanteert het Rally Point Systeem, maar de sets zijn korter dan indoor. Een officiële wedstrijd gaat om 'best of three' sets.

  • Set 1 en 2 worden gespeeld tot de 21 punten.
  • Een eventuele derde set (beslissende set) gaat tot de 15 punten.
  • Er moet altijd met 2 punten verschil gewonnen worden.

Omdat zon en wind een grote invloed hebben op het spelverloop, wisselen teams regelmatig van speelhelft. In set 1 en 2 gebeurt dit na elke 7 gescoorde punten (bijvoorbeeld bij een stand van 4-3). In de derde set vindt de wissel plaats na elke 5 punten.

Contact bij het net

In de zaal mag je onder het net door komen, zolang je de tegenstander niet hindert en een deel van de voet op de middenlijn blijft. In het zand is er geen middenlijn. Je mag het vak van de tegenstander betreden, mits dit de tegenstander niet hindert in hun actie. Het aanraken van het net is echter altijd een fout, ongeacht of het bovenin de band is of onderin, tenzij de bal in het net wordt geslagen en het net daardoor tegen de speler aan komt.

Samenvatting

In beachvolleybal speel je 2-tegen-2 op een veld van 8 bij 8 meter. De belangrijkste regels die afwijken van indoor zijn: het blok telt als eerste contact, de 'harde' techniekvereisten bij bovenhands spelen en het verbod op de vingertop-tip. Door de regelmatige veldwissels (om de 7 punten) worden externe factoren zoals wind en zonlicht voor beide teams gelijkgetrokken.

Veelgestelde vragen

Telt een blok als eerste contact bij beachvolleybal?

Ja, in tegenstelling tot zaalvolleybal telt een aanraking bij het blok als het eerste balcontact. Het team heeft daarna nog maximaal twee contacten over om de bal over het net te spelen.

Mag je een bal over het net tippen met je vingers?

Nee, een gerichte 'push' of 'tip' met de vingertoppen (zoals de setup-beweging over het net) is bij beachvolleybal verboden. Je moet de bal slaan, stompen met de knokkels (poke) of met een vlakke hand spelen.

Wanneer wissel je van helft bij beachvolleybal?

Teams wisselen van speelhelft na elke 7 gespeelde punten in de eerste en tweede set. In de derde (beslissende) set vindt de wissel elke 5 punten plaats. Dit is om het voordeel van de wind of zon te nivelleren.

Hoe groot is een beachvolleybalveld precies?

Een officieel beachveld is 16 meter lang en 8 meter breed. Dit betekent dat elke speelhelft een exact vierkant van 8 bij 8 meter is, wat 1 meter smaller en korter is per kant dan een indoorveld.